Op 22 augustus vorig jaar kwam een 35-jarige motorrijder om het leven in Zevenbergen. Hij werd aangereden door een toen 63-jarige man uit Zevenbergen die hem nooit had zien aankomen. Maar woensdag bleek in de rechtbank in Breda dat daar ook wel een reden voor was. Op die mooie, zonnige vrijdag, reed de man uit Zevenbergen in zijn bestelwagen over de Hazeldonkse Zandweg naar huis. Hij zag een boer die aan het hooien was en stopte om te vragen of hij daar later met zijn metaaldetector mocht zoeken. Tevreden met de toestemming wilde hij vanaf de inrit weer linksaf de weg opdraaien, maar dat ging vreselijk mis. “Ik hoorde een enorme klap”, vertelde de inmiddels 64-jarige man licht geëmotioneerd in de rechtbank. “Ik ging kijken en zag de motorrijder liggen. Ik ben bij hem gaan zitten, maar hij zakte weg.” Reanimatie mocht niet meer baten. Uit het onderzoek van de politie kwamen twee aanklachten: de man had geen voorrang verleend aan de motorrijder en hij had het kalmeringsmiddel diazepam in zijn bloed. Alle reden voor justitie om de man te vervolgen voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval. Onderzoek politieMaar de rechtszaak liep heel anders. Uit het onderzoek van de politie bleek ook dat de motorrijder gruwelijk hard had gereden. Kort voor het ongeluk reed hij ruim 160 kilometer per uur en met zo’n snelheid hoef je als bestuurder geen rekening te houden, oordeelde de officier. De automobilist verklaarde al meteen na het ongeluk dat hij de motorrijder nooit heeft …
Bron: Omroep Brabant — 21/10/2026


