Even is hij weer terug in de Zaanstraat in Veghel, bij het huis waar hij woonde met zijn vader Piet, stiefmoeder Toos en zijn stiefbroer. Meerdere keren liep hij er weg, talloze keren werd hij er mishandeld en vernederd. Danny Markus schreef er een boek over met de titel Blauw Oog. Het werkte therapeutisch voor hem, maar het heeft ook een ander doel. Hij wil jongeren in vergelijkbare omstandigheden laten zien dat ze niet alleen zijn. "Ik ben hier nog weleens langs gereden, maar nu sta ik er echt bij stil", zegt Danny. "Nu komt het weer boven. Uit dat raam ben ik weleens naar beneden gesprongen en gevlucht." Hij wijst naar de dakkapel aan de voorkant van het witte huis. Danny is nu bijna 40. Zijn moeder sterft als hij vier jaar oud is. Zijn vader krijgt al snel een nieuwe vriendin en ze verhuizen naar een witte twee-onder-een-kapwoning uit de jaren 80. "Een heel gewoon huis, maar er is veel gebeurd." Danny wordt er geslagen en opgesloten. "Dan moest ik naar mijn kamer en haalden ze de klink uit de deur. Als ik dan naar de wc moest, deed ik mijn behoefte maar in de hoek van de kamer. En daar kreeg ik dan weer klappen voor." Danny beschrijft dat hij vaak fysiek werd mishandeld, maar de mentale vernedering was misschien nog wel erger. "Ik herinner me een keer dat ik op mijn kamer werd opgesloten toen Sinterklaas kwam. Ik hoorde hoe de Pieten de pepernoten op het …
Bron: Omroep Brabant — 23/10/2026


