Brabant heeft de afgelopen zomer met meerdere natuur- en bosbranden te maken gehad. In Valkenswaard en op de Oirschotse Heide was het raak, maar ook landgoed Lievensberg in Bergen op Zoom bleef niet ongeschonden. Op de plek van de brand liggen nog steeds afgebrande en dode takken op de grond. Toch worden die niet weggehaald. Volgens boswachter Erik de Jonge van Brabants Landschap is daar een reden voor. In mei woedde de brand in het bos bij Bergen op Zoom. Een gebied van 50 bij 50 meter ging toen in vlammen op. Volgens boswachter Erik de Jonge is dit een van de grotere branden die ze in de afgelopen tijd hebben meegemaakt. De restanten zijn dan ook nog goed te zien: zwartgeblakerde bomen, dikke verbrande takken op de grond en dennenappels die aan de ene kant bruin zijn en aan de andere kant pikzwart. Toch doe je de natuur volgens De Jonge meer kwaad dan goed als je alles opruimt. Het dode hout is namelijk goed voor het ecosysteem. "Het is de supermarkt van de bomen die nog overeind staan", zegt hij. Kleine bodemdiertjes eten het hout op en zetten het om in voedingsstoffen, die vervolgens weer door de bomen worden opgenomen. "Je krijgt dus als het ware lege schappen als je het hout weghaalt." Voor dieren kan het verbrande stuk bos geen kwaad. "Dieren weten van nature heel goed wat ze wel en niet eten. Daarnaast valt er nu niks te halen in dat gebied, dus komen dieren daar …
Bron: Omroep Brabant — 16/10/2026


