Wie het Vliegend Museum Seppe op Breda International Airport in Bosschenhoofd bezoekt, kan zomaar pech hebben. De historische vliegtuigen van het museum doen nog regelmatig waarvoor ze ooit zijn gebouwd: vliegen. Juist dat maakt het museum bijzonder. Achter de schermen zorgen tientallen vrijwilligers ervoor dat de geschiedenis niet alleen wordt bewaard, maar ook zichtbaar blijft. “Veel mensen denken dat onze corebusiness een museum is”, vertelt vrijwilliger Harro Ranter (53). “Maar eigenlijk draait het om de verhalen erachter.” Die verhalen vertellen de vrijwilligers door historische vliegtuigen in de lucht te houden. Zo vliegen ze elk jaar in formatie over monumenten en herdenkingsplekken, om stil te staan bij de militairen die in de Tweede Wereldoorlog omkwamen. “Wij vinden het belangrijk dat de jeugd van tegenwoordig weet aan wie ze die vrijheid te danken heeft”, zegt Ranter. “We doen er alles aan om dat bewustzijn te vergroten.” Jaarlijks weten duizenden mensen het museum te vinden. Het museum wil de collectie verder uitbreiden zodra daar ruimte voor is. In de hangar staan toestellen uit verschillende tijdperken. Sommige speelden een rol in de Tweede Wereldoorlog, andere werden later gebruikt als les- of sportvliegtuig. Vrijwel allemaal vliegen ze nog. Zo ook de Boeing Stearman uit 1943. Eigenaar Ferry van der Geest (69) vliegt er nog regelmatig mee en raakt er niet snel op uitgekeken. De open cockpit, het geluid van de stermotor en zelfs de geur van olie maken iedere vlucht anders dan in een modern vliegtuig. “Je voelt het vliegtuig echt werken.” Goedkoop is die …
Bron: Omroep Brabant — 19/10/2026


