Waarom duurde het een dag voordat de politie de vermissing van de 29-jarige Hajar uit Amsterdam als urgent beschouwde? Die vraag houdt veel mensen sinds gisteren bezig. Volgens voormalig rechercheteamleider Ton Uiterwijk is die door een gebrek aan informatie nog lastig te beantwoorden. Wel verwacht hij dat de politie haar eigen werkwijze gaat onderzoeken en daar over enkele weken meer duidelijkheid over zal geven. Hajar stuurde zondagochtend 4 oktober de tekst 'Help me. Now. He is killing me' naar haar familie, zo meldde De Telegraaf gisteren. De familie ging zondagavond 20.15 uur naar de politie en die beoordeelde het toen niet als een urgente vermissing, maar als een normale vermissing. Eerst vermist Uiterwijk werkte als rechercheur onder meer aan de zaak van de vermoorde Oekraïense sekswerker Arina Sasina (34). Ook zij werd eerst als vermist opgegeven. Verder was Uiterwijk, die volgende week het boek De Pringlemoord' publiceert, onder meer betrokken bij het onderzoek naar de Sloterplasbaby en de roofmoord op de fietsenmaker Temel Kobya. De oud-rechercheur, die vroeger leiding gaf aan een Team Grootschalig Opsporing (TGO), zegt dat er bij een normale vermissing altijd een aantal vaste stappen worden doorlopen. "Politiemensen zoeken in de systemen. Ze nemen de vermissing op en daar staan veel vragen bij, bijvoorbeeld over het vermoeden waar de vermiste kan verblijven en of de familie zelf al iets gedaan heeft." Bij een urgente vermissing kan bijvoorbeeld de Quick Response Unit (QRU) van de politie worden ingezet. "Zij werken heel snel en worden bijvoorbeeld ingezet bij ontvoeringen", legt …
Bron: NH Nieuws — 23/10/2026


